De dames

Ada, Lilian, Dineke en Anne-Marie verknocht aan hun werk

69 jaar ervaring, still going strong

Verjonging. Het is voor menig bedrijf een toverwoord. Maar bij Schutrups is ‘ervaring’ minstens zo belangrijk. Vandaar dat de dames in de winkel op handen worden gedragen. Door hun collega’s én door hun klanten, met wie ze in de loop der jaren een band opbouwden.

Zet Ada Goeree (22 jaar Schutrups), Anne-Marie de Ridder (20 jaar), Dineke Prinsen (16 jaar) en Lilian Lubbers (het ‘groentje’, met 11 jaar) aan de grote tafel en de anekdotes vliegen je om de oren. Over het broodje op koopavond bij de familie Schutrups, de reisjes met de dames naar Assen op de vrije dinsdag en dat oudere echtpaar dat één keer per jaar uren in de auto zit om voor hem speciaal in Exloo een nieuw paar schoenen te kopen.
De nostalgie druipt er soms van af. Maar de dames zijn ook met hun tijd mee gegaan en erkennen dat sommige vernieuwingen waar ze eerst niet zo enthousiast over waren toch wel goed hebben uitgepakt.
Het is, bij elkaar opgeteld, dan wel 69 jaar ervaring, je zit niet tegenover een stel uitgebluste bijna-bejaarden die reikhalzend uitkijken naar hun pensioen. Integendeel zelfs.
Maar eerst even voorstellen, in volgorde van het aantal dienstjaren.

Vis en patat

Het dichtst bij het spreekwoordelijke gouden horloge zit Ada Goeree, die 22 jaar geleden de vis- en patatzaak van haar vader inruilde voor Schutrups. “Mijn vader had die zaak, dus ik ben er in opgegroeid. Toen ik 16 was, zei hij: ‘Je moet eens bij een baas gaan werken’. Tot mijn 29ste heb ik dat gedaan, ook een schoenenzaak. En toen ging ik terug naar de vis- en patatzaak. Tot mijn vader alles verkocht en ik hier terecht kwam. Of ik weleens terug verlang naar de vis? Haha, nee. Mijn vader had ooit stage gelopen in een kledingzaak. Dus ik vroeg toen weleens: ‘Waarom ben je geen kledingzaak begonnen, in plaats van vis?’ Maar toe maar, zo was het toen. En ik ben dolblij met wat ik nu doe, ik ga alle dagen met plezier naar mijn werk.”

Twee jaar na Ada kwam Anne-Marie de Ridder in dienst. “Ik ben ooit begonnen als doktersassistente, daarna ben ik pedicure geweest en nadat ik een aantal jaren voor de kinderen had gezorgd, ben ik in een pizzeria gaan werken, want ik had het met pedicuren wel gezien. Ik was aan wat anders toe. Toen ik daar geen vast contract kreeg, heb ik spontaan bij Schutrups gesolliciteerd en werd meteen aangenomen. En ik denk dat iedereen weleens overweegt om weg te gaan, maar dat idee vervloog altijd weer snel. De club is hier ook hartstikke gezellig, ik heb het prima naar mijn zin.”

In de schoenen

Voor Dineke Prinsen lag een sollicitatie bij Schutrups het meest voor de hand. “Mijn opa had een schoenwinkel, mijn moeder werkte in een schoenwinkel en een aantal ooms zat in de schoenen. Dus ja, ik had er wel affiniteit mee en wilde het altijd al. Vroeger werkte ik in een sportzaak in Emmen, maar toen de kinderen wat groter werden en ik meer tijd kreeg, heb ik hier gesolliciteerd.”

Het ‘groentje’ van de club is Lilian Lubbers. Zij werkt ‘pas’ 11 jaar bij Schutrups en is dus de enige van de vier die niet met drie, maar met twee generaties van de familie werkte. “Voor ik hier kwam heb ik in een supermarkt gewerkt, een aantal jaren voor de kinderen gezorgd en had ik een eigen dorpswinkeltje met alles, van snoep tot speelgoed, in het dorp waar ik woon. En ik ben de jongste hier. Ik ben nog niet eens grijs, haha.”
De dames zijn onderdeel van het grote geheel bij Schutrups, dat inmiddels zo’n 60 personen omvat, maar beschouwen zichzelf ook als een aparte club. Dineke: “Een heel hechte club zelfs.” Anne-Marie: “Je hoort steeds meer verhalen over de kleinkinderen.” Ada: “We delen lief en leed met elkaar.”

Op koopzondag hangt een heel andere sfeer, de dag vliegt voorbij

Sociale leven

Dineke: “Ja, we weten gewoon veel van elkaar. Maar de combinatie van oud en jong zou ik ook niet willen missen. Dat is fijn voor de klanten, maar ook onderling zorgt dat voor een goede sfeer.” Anne-Marie: “Toen ik kwam had je ook een oudere garde voor je. Daar heb ik ontzettend veel van geleerd.”
Dat een qua leeftijd gemengd gezelschap in de winkel prettig is voor de klanten, bewijst Ada met een voorbeeld. “Gisteren had ik een echtpaar dat bovenin Groningen woont, 86 en 87 jaar oud. ‘We maken toch de reis’, zeiden ze, ‘want we vinden het leuk’. Bij zulke klanten wordt het hele sociale leven besproken en de mensen maken er echt een uitje van. Voor ons is het leuk als ze dan op een dag komen dat je echt lekker de tijd voor ze kunt nemen. Als die dan tevreden weer in de auto stappen, ben ik ook blij.”
Lilian: “Weet je waar ik echt van kan genieten? Als mensen hier binnen komen met de verwachting: ik zal toch wel niet slagen. En als je die dan aan een paar goede schoenen kunt helpen, dat is het mooiste. En gelukkig gebeurt dat vaak, want zeker in comfort- en wandelschoenen heeft niemand zo’n grote collectie als wij. Bij elke voet en elke persoon weten wij meestal de juiste schoen te vinden. En indien nodig kunnen wij ook meteen kleine aanpassingen doen, dat is helemaal uniek.”

Ada: “Ik vind het ook altijd grappig als er vrouwen van een jaar of 30, 40 spontaan binnenwandelen die met hun kinderen bij Kabouterland zijn geweest. Die zeggen dan bijna altijd: ‘Hè? Ik had niet verwacht dat jullie zoveel modeschoenen hebben. En dan ook nog die kleding erbij!”
Anne-Marie: “Dat is Ada’s kindje hè, kleding.”

Niet ‘aansmeren’

Ada: “Als iemand naar Kabouterland gaat en dan ’s avonds thuiskomt met nieuwe schoenen én kleding, ja, dat vind ik mooi. Het gaat me er echt niet om om zoveel mogelijk te verkopen, begrijp me goed. Maar als iemand schoenen past en haar eigen kleding staat er niet helemaal goed bij en iets van 10Days wel, dan laat ik wel even de combinatie zien. Dat is geen ‘aansmeren’, dat is laten zien wat leuk zou kunnen zijn.”
Lilian: “Precies. We laten het zien, maar wij leggen geen druk bij de klant, wat je in sommige winkels weleens meemaakt.”
Dineke: “Dat is natuurlijk ook wel een ontwikkeling bij ons geweest. Vroeger hadden we schoenen. Als mensen voor het eerst hier komen, zeggen ze vaak: ‘Wat hebben jullie véél!’ ‘Ja’, zeg ik dan, ‘het duurt niet lang of we hebben de melk en de eieren ook in het vak liggen’.”

Anne-Marie: “Dan zeggen we: ‘Alles is te koop. Inclusief wij. Bied maar, haha!’”
Om aan te geven waarin de aanpak in Exloo zich onderscheidt van die bij een winkel in pakweg Amsterdam zegt Ada: “Wij hebben een moeder en dochter die speciaal voor onze 10Days-kleding naar Exloo komen. Die waren al in Amsterdam geweest, maar dat werkte niet. Ze moesten steeds naar een maat vragen, dan werd het boven gehaald; dat winkelt niet prettig. Hier hangt die maat gewoon in het rek. En nu komen ze langs zodra er iets nieuws in de collectie is. En ja, soms nemen ze dan meteen een sandaaltje mee dat er mooi bij past…”

Als je eerste klant leuk is, heb je de hele dag leuke klanten

Aan wennen

Drie van de vier hebben de generatie voor Jan Schutrups nog meegemaakt, met zijn vader Jaap en moeder Stien. Is er sindsdien veel veranderd?
Anne-Marie: “Ja, natuurlijk. Een bedrijf moet met de tijd mee. Toen was het uiteraard kleiner en meer een familiegebeuren. Tegenwoordig heb je internet. Dat moet ook wel, maar zulke dingen moet je wel aan wennen. De jeugd pakt dat veel sneller op. Lukt bij ons ook wel, maar langzamer.”
Dineke: “Wij hebben echt een enórme groei meegemaakt. En ik moet eerlijk zijn: we hebben ook weleens de hakken in het zand gezet.”

Ada: “De komst van de koopzondag! Daar hikte ik wel tegenaan. ‘Dan heb je helemaal geen privéleven meer’, denk je dan eerst. Maar als het eenmaal een tijdje draait, hoort het gewoon bij je werk.”
Dineke: “Je groeit er in mee. En dan ben je op een andere dag vrij, ook prima.”
Anne-Marie: “Ik vind de zondag zelfs een bijzonder leuke werkdag nu. Er hangt een heel andere sfeer, er is livemuziek, de dag vliegt echt voorbij.”
Lilian: “Het is ook echt een ander publiek. Op zondag komen er ook wel oudere dames, maar dan komt de dochter of zoon mee. En er zijn sowieso veel mannen op zondag. En jongeren.”

Op slot

Als je vraagt naar hun favoriete klant, roepen de vier dames bijna alles door elkaar heen (behalve hardlopers en skiërs). Als je vraagt naar de meest vervelende klant, gaan de monden discreet op slot. En zo hoort dat ook natuurlijk.
Ada ontwijkt de vraag als eerste. “Soms lijkt het wel of je op je voorhoofd ‘klacht’ hebt staan. Of ‘ruiling’. Dat zijn de minder leuke dagen. Als je eerste klant leuk is, heb je vaak de hele dag leuke klanten. Als de eerste klant een klacht of een ruiling is, dan ben je de hele dag met klachten of ruilingen bezig. Wij gaan bij Schutrups heel ver in service aan de klant, dus als het klachten zijn, dan zullen we, soms in overleg met de fabrikant, altijd kijken wat we kunnen doen.”

Hoe kan dat nou? Ze zitten hartstikke lekker!

Topschoenen van twintig jaar geleden vergelijken met topschoenen van nu is onmogelijk, weten de dames. Dineke: “De materialen zijn compleet veranderd. Een Durea of een Van Bommel is nog altijd topkwaliteit. Maar we willen allemaal lichtere materialen, met meer bewerkingen. Dat maakt de schoenen automatisch kwetsbaarder. Vergelijk het maar met broeken. Een dunne, lichte broek gaat eerder kapot dan een stevige spijkerbroek. Toch willen veel mensen niet zo’n spijkerbroek. Een wandelschoen in de A-categorie is kwetsbaarder dan eentje in de B-categorie.”
Wat soms enig geduld vraagt, is de twijfelende klant. Lilian: “Dan kom je uit het magazijn met vier paar en dan staan er al weer zes nieuwe klaar. Maar goed, lopen is goed voor je, dus ook voor ons.”

Laten voelen

Dineke: “Soms moet je het gewoon laten zien en vooral voelen. Als wij weten: het wordt díe schoen en iemand wil toch wat anders, dan doe ik die andere gewoon aan. En dan wordt het toch vaak de eerste.”

v.l.n.r. Ada Goeree, Lilian Lubbers, Dineke Prinsen en Anne-Marie de Ridder

Ada: “Ik had een keer op een maandagochtend een heel aardige mevrouw, die zei: ‘Zo, ik heb er de hele ochtend voor uitgetrokken’. Ik dacht: ik niet. Ze liep al naar de wandelschoenen, maar ik zei: ‘Eerst even uw voeten opmeten’. Nou, ik zag het meteen. Dat merk, die leest en maat 37,5. Ze past ze aan en zegt: ‘Hoe kan dat nou? Ze zitten hartstikke lekker. In één keer goed!’ Ik liet haar er eerst nog even op lopen en toen zei ze: ‘Ik ben klaar’. Ik zei: ‘Geweldig mevrouw, dan kunt u lekker de hele ochtend andere leuke dingen gaan doen. Wilt u een kopje koffie?’ Ja, een andere schoen zou ze toch niet in passen, dus… Dat zijn leuke dingen.”
Anne-Marie: “Waar ik weer veel energie uit haal: de semi-orthopedische schoenen. Dat doe ik twee ochtenden per week met Janny, voor de oudste doelgroep, zeg maar. Dat zijn vaak mensen met reuma of diabetes die moeilijk lopen en vaak pijn hebben. Die mensen makkelijker laten lopen, daar doe ik het voor.”
Lilian: “Wat ik altijd leuk vind: als iemand met hangende mondhoeken de winkel in komt en ik zie haar of hem dan met een glimlach vertrekken.”