De meeste mensen die gaan hardlopen, stoppen er na een aantal jaren mee. Gerrit Lahuis niet. Sterker: volgend jaar wil de Aaldenaar, ondanks de ziekte van Parkinson, door de grens van 100.000 kilometer. Een monoloog.

“Op Nieuwjaarsdag 1984 zaten we met een paar man bij elkaar. Ik vond mijn pens te dik. ‘We moeten gaan hardlopen’, zei ik. We zijn de volgende dag gaan lopen. Na veertien dagen haakte de eerste af. De ander heeft het een halfjaar volgehouden. Toen was ik al verkocht.

Ik had voor die tijd nooit gesport, maar het hardlopen greep me. Het is absoluut een verslaving. Je kan lekker ontspannen. Je kop leegmaken. Ik ben nu 68, maar ik hoop het echt zo lang mogelijk vol te houden. Al is het door de Parkinson wel een martelgang geworden. Mijn tempo is gewoon gehalveerd. Ik liep altijd 4.10 minuten over een kilometer, nu tussen de acht en tien minuten. Voor mezelf is dat niet erg, maar als je aan wedstrijden meedoet, krijg je nare opmerkingen naar je hoofd. Dat trek ik me wel aan.

Parkinson breekt je gewoon af. Je kunt je voeten niet meer goed optillen, de coördinatie wordt minder en je loopt de kans op je snufferd te gaan. Je moet veel bewuster lopen en eigenlijk nadenken bij elke stap, dat is de moeilijkheid. En ik kan het bos niet meer in, vanwege de boomstronken. Verder heb ik het lastig met de emoties die erbij komen kijken. Daar doe je niks aan. Zodra het over mijn ziekte gaat, schiet ik vol.

Ik heb heel mijn leven wedstrijden gelopen. Tien en vijftien kilometer en de halve marathon. Ik zat altijd in de middenmoot. Als er honderd deelnemers waren, zat ik altijd rond de twintigste plaats. Je loopt echter niet voor je positie, maar voor de tijd. Op de tien heb ik een record van 39.10 minuten en op de halve marathon van 1.29.52. Nu heb ik anderhalf uur nodig voor de tien kilometer…”

 

Diepe indruk

“De mooiste wedstrijd die ik ooit gelopen heb, was trouwens de enige marathon waaraan ik meedeed. Die werd georganiseerd toen de weg van Emmen naar Drachten werd heropend. Dat heeft echt een diepe indruk op me gemaakt. Ik liep ‘m in 4.17 uur. Dat is wel zó verschrikkelijk zwaar, de marathon. Twee dagen later ging ik tien kilometer lopen. Ik had totaal geen gevoel in mijn benen, alsof ze er afgehakt waren.

Nadat ik in ’84 was begonnen, ben ik al snel alles gaan bijhouden. Je had toen van die loopagenda’s en dan moest je een bepaald aantal kilometer lopen, elk jaar. Nou, dat ging goed. En toen ging ik door. Het gebeurde later wel dat ik drie halve marathons in één weekeinde liep. Natuurlijk is dat niet normaal. Maar dat doet verslaving met je.” Anderhalve werkdag “Een jaar of vijf, zes geleden keek ik weer eens hoeveel kilometer ik nou in totaal gelopen had en toen zat ik op 90.000. Over al die jaren had ik gemiddeld 50 kilometer per week gelopen. Anderhalve werkdag, ja. En dan wordt 100.000 kilometer opeens haalbaar, hè. En bij iemand zoals ik al snel een heilig doel. Ik zit rond de 97.000 kilometer nu…

“Zodra het over mijn ziekte gaat, schiet ik vol”

Twee jaar geleden werd de ziekte ontdekt. Dat doel van 100.000 kilometer werd toen een extra stimulans om júist te blijven lopen. En natuurlijk hoop ik daarna door te gaan. Al moet ik wel reëel zijn: het gaat steeds meer richting wandelen toe. Het tempo is er behoorlijk uit. Ik zou dolgraag op een goede dag op de tien kilometer weer naar een tijd van een uur terug willen. Maar als ik eerlijk ben, kan ik beter aan anderhalf uur denken. Het is niet anders. In principe loop ik ook geen wedstrijden meer. Hooguit nog één keer een wedstrijd, in Klazienaveen. Daar heb ik dertig keer de halve marathon gelopen en drie keer de tien kilometer. Daarna heeft die Parkinson doorgezet.

Of het hard minder wordt? Zoiets gaat altijd te snel. Ze kunnen het vrij lang rekken, zeggen ze, dus daar moet ik me maar aan vasthouden. Ik plak in overleg met de neuroloog Neupro pleisters, acht milligram per dag. Daar kan ik het nu nog mee redden. Als het hoger moet worden, moeten we dat doen. Verder krijg ik regelmatig fysiotherapie, om de spieren zo soepel mogelijk te houden en op te rekken. De fysio heeft me ook oefeningen voor thuis gegeven. Die zitten nog niet helemaal in mijn systeem. Ik wil eigenlijk alleen maar lopen namelijk. Ik deed altijd wel een warming-up bij wedstrijden, maar rekken en strekken enzo, dat was aan mij niet besteed. Dat deed ik liever tijdens het lopen.”

Vaste rondjes

“Ik loop al jaren vier keer in de week. Ik heb drie vaste rondjes van twaalf kilometer. En door weer en wind. Wind, regen, hitte, een dikke sneeuwlaag, het maakte me niks uit. Alleen met ijzel ging ik niet. Dan mocht ik niet van mijn vrouw.

De eerste twee jaar kocht ik mijn schoenen in Emmen. Daarna kwam ik via mond-tot-mondreclame bij Schutrups terecht. Jan was toen nog een broekie, rond de 20, haha. Andere sportzaken hadden ook een goed aanbod, maar bij Schutrups was het advies heel belangrijk. Bij elkaar heb ik hier zeker zeventig paar versleten. Door de Parkinson gaat het tegenwoordig harder. Ik heb meer steun en stabiliteit nodig en door het coördinatieprobleem verslijten ze sneller. 

Maar ik hoop echt dat ik nog heel wat paren mag verslijten. Hardlopen is zo verslavend. Die momenten dat je benen maar doorgaan, zonder dat je erbij hoeft na te denken. Ik gun iedereen dat gevoel. Daarom kan ik iedereen adviseren te gaan hardlopen. Het is geen dure sport, je kunt ‘m op elk moment van de dag uitoefenen en je bent nooit afhankelijk van anderen. Bovendien is het gezond. Je wordt er fitter van. Zonder mijn conditie had ik er met die Parkinson inmiddels waarschijnlijk ook veel slechter voor gestaan. 

Wat er gebeurt als ik de 100.000 kilometer gehaald heb? Ik denk dat we dan met de familie uit eten gaan. En dan ga ik de volgende dag de kilo’s er weer af lopen.”