COLUMN JAN DIJKGRAAF

Ik heb veruit het grootste deel van mijn jeugd doorgebracht in Bergambacht. Een dorp met toen rond de 5000 inwoners in de Krimpenerwaard, dat eigenlijk alleen landelijke bekendheid geniet, omdat oud-premier Wim Kok er geboren is.

Bergambacht was toen al zelfvoorzienend. We konden er voor nagenoeg alles terecht. En we deden onze boodschappen bij winkels met schitterende namen als Bakker Blanken, Supermarkt Van der Vlist, IJzerhandel Van Eijk, Drogisterij en Parfumerie Rodenburg, Speksnijder Mode, Van Eijk Installatietechniek, Soet Interieurverzorging, Boekhandel Slingerland, Oskam Schoenen, Snackbar Den Uyl, Fietsenmaker Rob Bijl en Slagerij Den Ouden. Tot die stopte en we naar Slagerij Jan Boer gingen… De heel enkele keer dat ik nog in Bergambacht kom, voel ik me er meteen weer thuis. Ik realiseer me ook hoe dat komt. Het winkelhart van Bergambacht, de Hoofdstraat, toont nog best veel overeenkomsten met toen. En het meest opvallende: veel van die namen uit de jaren ’60 en ’70 staan er ook nog gewoon op de gevel. Soms weliswaar in combinatie met die van een winkelketen of franchiser, soms staan er ook alleen maar onbekende gezichten in de winkel, maar als ik binnenloop bij Boekhandel Slingerland, Van Eijk Installatietechniek of Drogisterij Rodenburg, dan zie ik vijftigers die sprekend lijken op de mannen en vrouwen die daar vroeger de boel bestierden.

Het valt op, omdat het op de meeste plaatsen anders is.

Ze zeggen altijd dat het midden- en kleinbedrijf de ruggengraat van Nederland is. Dat zal best. Maar de chárme komt van een ander soort bedrijven. Van familiebedrijven.

Familiebedrijven zijn anders dan gewone bedrijven. Omdat het ze niet om de winst op korte termijn gaat, maar om het in leven houden van iets wat opa’s, oma’s, vaders en moeders met bloed, zweet en tranen hebben opgebouwd. Natuurlijk is het daarvoor nodig dat er geld wordt verdiend, maar het gaat bij familiebedrijven niet in de eerste plaats om de centen, maar om líefde, om het erfgoed.

Dat is ook één van de redenen waarom ik vijf, zes keer per jaar in zuidwest-Friesland in de auto stap en naar Exloo rijd. Wat Jan Schutrups daar met zijn medewerkers op de fundamenten die zijn opa en ouders hebben gelegd heeft uitgebouwd, verdient een dikke pluim.

Toch was het een paar jaar onzeker hoe lang dat nog zou duren. Want de vanzelfsprekendheid waarmee Jan en Erik Schutrups een jaartje of dertig geleden in de voetsporen van hun ouders stapten, geldt in de 21ste eeuw niet meer. Kinderen vliegen tegenwoordig uit. En het is maar de vraag of ze terug op het nest komen. En als je dan zoals Jan Schutrups wat ouder wordt (;-)) kan het zomaar gebeuren dat je je wel móet oriënteren op de toekomst van het bedrijf als de opvolging niet uit de familie komt. En zie, nog voor het een probleem wordt, is het al opgelost. Eerst meldden Lisa en Roos Schutrups zich als kandidaat-opvolgers van hun vader bij hun vader. En nu is ook hun neef Jaap, de zoon van Erik, begonnen aan een studie die hem over een jaar of drie ook zomaar op de loonlijst van het familiebedrijf kan brengen. Ik vind zulke dingen mooi. Dat het nog bestaat.

Dat het me raakt, komt vast omdat ik een melancholische dweil aan het worden ben. Dat schijnt met de jaren te komen.

Binnenkort snel maar weer eens naar Bergambacht.

Al sla ik Oskam Schoenen dan wel over. Ik ben namelijk erg van de klantentrouw…

Jan Dijkgraaf is een geboren Rotterdammer, die al ruim 20 jaar geleden naar Noord-Nederland verhuisde. Hij is professioneel buttkicker, schrijver van bijna 50 cadeau- en managementboeken en werkt als copywriter, blogger en coach. Als u hem wilt complimenteren: jan@buttkicken.nl.