De dag na Pasen trekt Piedie Braaksma thuis in Drenthe de deur achter zich dicht om ‘een stukje te gaan wandelen’. Een kleine vijf maanden (!) later hoopt ze aan te komen in het Spaanse Santiago de Compostella. Vooruitblik op haar pelgrimstocht.

 

Vorig jaar maart kwam Piedie Braaksma, wandel- en rugzak-
expert bij Schutrups, terug van haar derde reis waarbij ze een deel van ‘de Camino Ingles’ had gelopen. “Toen ik terugkwam op de zaak en bedrijfsleider Marco van Es vroeg hoe het was, zei ik: ‘Ik zou de Camino weleens vanaf huis willen lopen’. Waarop hij zei: ‘Nou, dan doe je dat toch? Neem gewoon een sabbatical’. En nu ga ik dus. Echt pelgrimeren, maandenlang, dat is echt een droom die uitkomt.”

Piedie weet nog niet of ze het 2400 of het 2700 kilometer lange traject naar Santiago de Compostella kiest. “Het enige wat ik weet, is dat ik gemiddeld zo’n twintig kilometer per dag wil lopen. Maar ook dat zie ik wel. Het verschil tussen een wandelaar en een pelgrim is voor mij dat je geen druk in je hoofd hebt. Je gaat gewoon en je ziet wel. Kom je onderweg iets leuks tegen, dan stop je. Wil je linksaf, dan ga je linksaf. Wil je rechtsaf, dan ga je rechtsaf. De enige druk die ik heb: ik weet dat ik na vijf maanden terug moet zijn.”

 

Laatste honderd

De pelgrimsroute naar Santiago de Compostella bestaat al sinds 1600. De laatste jaren is het een commercieel circus geworden. “Om je ‘Compostella’ te halen, een soort diploma, hoef je alleen de laatste honderd kilometer gelopen te hebben. Dat doen veel toeristen, maar ook veel Spanjaarden. Elke Spanjaard moet eens in zijn leven de Camino hebben gelopen, dat is cultuur. Voor die groep is het lopen maar bijzaak. Dat is een hele markt met bussen en koffertjes. Niet waarvoor ik ga. Duitsers en Nederlanders hebben nog sterk dat ze ‘m helemaal willen lopen.”

“Hoe langer je achter elkaar loopt, hoe meer je mindset verandert”

Wat is er leuk aan 2400 of 2700 kilometer lopen? Piedie: “Lopen maakt je ontspannen. En ik heb ervaren dat hoe langer je achter elkaar loopt, hoe meer je mindset verandert. Je kunt dan alles loslaten. Je werk, je vrijwilligerswerk, je gezin, je hele leven. Ik wil dat graag een keer ervaren. Ik hoop dat het me nog meer rust gaat brengen. Want dat doet pelgrimeren met je. Je krijgt er rust van. Maar ook onrust. Je gaat je haastige, normale, leven, ook met andere ogen bekijken.”

Piedies kinderen zijn het huis al uit. Haar echtgenoot, die geen wandelaar is, “moest wennen aan het idee”, lacht ze. “Hij keek een week moeilijk en zei toen: Maar dan kan ik natuurlijk wel naar je toe fietsen’. Hij maakt er een fietsvakantie van. En zeker in het begin is het voor hem allemaal goed aan te rijden.”

 

Heilig jaar

Overnachten doet Piedie in Nederland bij leden van ‘Vrienden op de Fiets’ en vanaf België in kloosters, herbergen, bed and breakfasts, op campings en bij mensen thuis. Omdat 2021 een heilig jaar is, waarin veel extra pelgrims worden verwacht, wordt er hard gewerkt aan de faciliteiten. Piedie: “In Spanje zijn ze vorig jaar al begonnen met moderniseren en uitbreiding, dus dat wordt allemaal geen probleem.”

Is zo’n reis duur? “Het is niet duur, maar kost wel handenvol geld. In Nederland overnacht je voor 25 euro en dat daalt tot 8 euro in Spanje. Daar geldt sinds dictator Franco nog altijd de regel dat restaurants een maaltijd voor 10 euro moeten aanbieden. Dus per dag is het niet duur. Maar het duurt wel bijna 150 dagen. Het is dan ook niet iets wat je elk jaar moet doen. Sterker: zoiets doe je eenmalig. Denk ik…”