Het aardewerk uit het Marokkaanse Tamegroute is inmiddels een klassieker bij Schutrups Exloo. Maar nu is er weer iets nieuws: ‘patoefs’ uit het schoenmakersstadje Tafraoute. Jan Schutrups legt het uit.

Eén van zijn reizen naar Marokko bracht Jan Schutrups in het stadje Tafraoute. Dat is niet zomaar een plaatsje in het Anti-Atlasgebied in het zuiden van het land. Tafraoute werd gesticht door de Fransen en is voor Marokkaanse begrippen relatief rijk. Dat komt doordat dorpsgenoten die naar Europa zijn geëmigreerd geld sturen aan hun familie en doordat gepensioneerde gastarbeiders er na hun werkzame leven vaak terugkeren, met een voor daar uitstekend pensioen. Maar bovenal is het een schoenmakersstadje. En dat was voor Jan reden om er een tijdje te verblijven.

“Als een vrouw rode patoefs met broderie draagt, is ze getrouwd”

En om meteen zaken te doen. Enige tijd na Jans terugkeer in Exloo bracht de transporteur namelijk zo’n 700 paren patoefs bij de winkel. Jan: “De naam patoefs heb ik zelf verzonnen. Daar heten ze ‘baboesj’, maar ik heb gekozen voor ‘patoefs’. Dat heb ik afgeleid van patta’s, pantoffels. Het zijn pantoffels, maar geen echte. De mensen in Tafraoute dragen ze namelijk binnen en buiten. Het is meer een schoentje voor binnen en buiten.”

De ‘schoenmaker’ in Jan brengt het mooi: “Je denkt in eerste instantie aan iets primitiefs, maar ze zijn gemaakt van plantaardig gelooid leer, je hebt een linker- en een rechterschoentje, de leesten zijn niet spits en er zit demping in de hak. Daardoor is-ie ook goed als trainingsschoen te gebruiken, of bij yoga.”

Net klederdracht

In Tafraoute loopt werkelijk iedereen op de ‘patoefs’. “Je kunt het vergelijken met klederdracht in Staphorst. Iedereen in Marokko die ze ziet, weet dat ze in Tafraoute gemaakt zijn. Wat trouwens een prachtig stadje is. Het ligt tussen heel bijzondere steenformaties in. Allemaal ronde ballen, die er wel door reuzen lijken te zijn neergelegd. In het stadje zelf zie je de Franse invloeden nog. Er hangt echt een geweldige sfeer, met een pleintje met plataanachtige bomen, een bakkertje. En dus al die schoenmakertjes…”

Achter de ‘patoefs’ zit een verhaal. “Als een vrouw rode patoefs draagt met broderie, borduurwerk, betekent dat dat ze getrouwd is. Je moet dat vergelijken met de ring die getrouwde vrouwen hier om hun vinger dragen. Meisjes dragen ook rode patoefs, maar dan zonder borduurwerk. En de meeste mannen en jongens dragen gele patoefs, een beetje zoals wij in Nederland onze gele klompen.”

In Exloo zijn de patoefs in meer kleuren te koop, vier voor vrouwen, twee voor mannen. Voor slechts 29,95 euro. “Gewoon een leuk prijsje”, aldus Jan. “Ze gaan ook geen jaren mee. Ik heb er zelf wel wandelingen op gedaan in de bergen rond Tafraoute en draag ze in en om het huis eigenlijk altijd. Maar na een jaartje is de stabiliteit er wel uit.”

 

Leuke opdracht

En de bestelling uit Exloo gaf de lokale economie ook weer een duwtje in de rug. “Voor de schoenmakers in Tafraoute was dit een leuke opdracht. En voor de klanten is het een leuke meepikker. Het zijn hartstikke geinige schoentjes, een beetje Ibiza-style. Functioneel én grappig. En nog allemaal handwerk ook.”

Naast de ‘patoefs’ uit Tafraoute, heeft Jan tijdens zijn laatste reis ook weer het nodige aardewerk uit Tamegroute besteld. Deze zesde-eeuwse stad was eeuwenlang de laatste stopplaats voor handelskaravanen die vanuit Marokko door de Sahara richting Timboektoe trokken en heet dan ook ‘de laatste plaats voor de woestijn’. Jan: “De handgemaakte producten uit Tamegroute zijn echt allemaal verschillend. Dit jaar hebben we onder meer een aantal grote nieuwe potten en antieke koperen waterkannen ingekocht. Stuk voor stuk unieke producten.”