Schutrups Voetzorg

Altijd oog voor het hele plaatje

Mensen met voet- of houdingklachten die worden doorverwezen naar de Voetzorg van Schutrups, hebben vaak geen idee wat hen te wachten staat. Nou, veel. Registerpodoloog Brian Fredriks neemt ons mee door het hele proces.

Bij wie iemand met voet- of houdingklachten terecht komt, wordt altijd bepaald bij het eerste contact, meestal een telefoontje. “Bij het maken van een afspraak wordt al gefilterd of er bijzonderheden zijn”, zegt Brian. “Dat doen we, omdat wij allemaal een verschillende achtergrond hebben. Mensen met diabetes, komen bijvoorbeeld terecht bij een podotherapeut, omdat die daarin gespecialiseerd is en de hele zorg op zich kan nemen. In alle andere gevallen, maakt het niet uit, omdat dan al onze mensen het onderzoek kunnen doen. We kijken dan gewoon bij wie iemand het snelst terecht kan.”

Wel een zool, maar geen goede schoen? Dan sla je de plank mis

De drie disciplines die Schutrups in huis heeft, zijn de registerpodoloog, de podotherapeut en de podoposturaal therapeut. Dat is eigenlijk voortgevloeid uit de methode die Erik en Jan Schutrups met hun vader hebben ontwikkeld. Dat begon met de podoposturale therapie. Ze keken niet, zoals gebruikelijk was, alleen naar de voetstand, maar naar het geheel, holistisch. Dat betekent dat ze ook letten op de lichaamsbouw, de stand van de wervelkolom en de hele houding. Daar is uiteindelijk een stroming podotherapie en podologie uit voortgekomen. En nadien hebben we alle drie die disciplines in huis gekregen. Iedereen die een zooltje nodig heeft en geen specifieke klachten heeft, kan bij alle drie de disciplines terecht.”
Wat zijn dan de verschillen?
“Ze hebben een verschillende vooropleiding. De podotherapeut is als gezegd gespecialiseerd in diabetische voetzorg. De registerpodoloog is de behandelaar die vanuit de voet naar het hele lichaam kijkt. De podoposturaal therapeut doet dat ook, maar die is weer gespecialiseerd in spierspanning en zenuwen. Maar het mooie is bij ons juist de kruisbestuiving. Alle behandelaars hebben van alles een stukje meegekregen. En we gebruiken alle technieken van elkaar.”

Hoe gaat dat dan elders?
“Bij veel praktijken is het: ‘Krul de broekspijpen maar omhoog’ en dan begint het onderzoek. Dat is hier ondenkbaar. De voet is weliswaar de basis, maar alles wat je onder de voet verandert, heeft invloed op het hele lichaam.”

Hele lichaam

“Daarom moet je als behandelaar het hele lichaam zien. Wij maken namelijk niet alleen een zool, we kijken naar het hele lichaam en het beweegpatroon. Het doel is uiteindelijk dat we er voor zorgen dat iemand die problemen heeft weer kan bewegen zoals hij of zij wil. Dat iemand bijvoorbeeld weer op een fijne manier sport kan bedrijven, of dat nou een marathon lopen is of vijf kilometer wandelen. Als we daar voor kunnen zorgen, dat is het leukste wat er is.”
Veel mensen hebben wel pijn, maar geen idee dat ze scheef staan en dat die pijn daar vandaan komt.
“Scheef staan is niet per definitie een probleem. Er zijn heel veel mensen die een standsafwijking hebben, maar die daar geen last van hebben. Het kan wel dat dat op latere leeftijd klachten gaat opleveren. Als je een afwijkende stand hebt in een bepaald gewricht, ga je je lichaam asymmetrisch belasten om te compenseren. En dat kan bij het ouder worden problemen opleveren. Of zorgen dat je geen marathon kunt lopen, terwijl je dat wel graag wilt.”
Zou het slim zijn als iedereen zich preventief bij jullie zou melden?
“Theoretisch wel. Wij deden dat soort checks al bij voetbalclubs, waar we iedereen in de opleiding gingen screenen. En bij handbalclubs. En we gaan het nu ook doen bij bedrijven. Daar heeft het zeker zin, omdat daar de voeten zwaar belast worden. Bij preventief onderzoek ligt wel de toekomst. Ik weet dat Defensie het ook overweegt bij iedereen die nieuw binnen komt. Daarmee kun je veel leed voorkomen.”
Kunnen die ‘broekspijppodologen’ trouwens wel goede zooltjes afleveren?
“Dat kan wel. Maar je loopt een groot risico dat je belangrijke dingen over het hoofd ziet. De hoogte van de knieplooi, de bilplooi, de contouren van de heup, de stand van het SI-gewricht, tot aan de schouderbladen aan toe. Dat zie je simpelweg niet als iemand gewoon gekleed is. Terwijl dat wel allemaal kan veranderen zodra je iets onder de voet doet. Bij een gedegen onderzoek moet je echt iemand in zijn geheel zien.”
Goed. Na het eerste onderzoek is de uitkomst dus: wel of geen zooltjes?
“Klopt. En daarbij geven we altijd een goed schoenadvies. Of zooltjes zijn niet nodig, maar een goed schoenadvies wel. Sowieso: als je een zooltje moet, maar je neemt geen goede schoen, dan sla je de plank compleet mis. De schoen is en blijft de basis. In een verkeerde schoen zal een zool nooit optimaal werken. En een goede schoen, dat is een schoen waarbij de combinatie van functionaliteit, leest, breedte en hoogte super belangrijk is.”

Op goed geluk

“Ook hierbij zie je de kracht van het Schutrups-concept. De meeste podologiepraktijken hebben geen schoenwinkel. Wij kunnen direct aan de mensen in de winkel doorgeven waar ze op moeten letten bij de aanschaf van schoenen. Als je geen winkel hebt, moet je mensen op goed geluk zooltjes meegeven en die komen dan misschien in een schoen waar je niet achter staat als behandelaar. Waardoor de behandeling niet honderd procent werkt.”

Gaan jullie na het onderzoek letterlijk mee de winkel in?
“Jazeker. Als ze schoenen willen kopen, vertellen wij de verkoper waar ze op moeten letten. En als wij weten welke schoenen iemand gekocht heeft, zorgen we dat de zooltjes bij aflevering, circa twee weken later, perfect passen. In andere gevallen doen we eventuele aanpassingen aan de zooltjes bij de aflevering.”
De podologen van Schutrups hebben allemaal tijdens hun opleiding geleerd om zelf zolen te maken, maar dat doen ze doorgaans niet. Brian: “We ontwerpen ze zelf, maar ze worden in de werkplaats gemaakt. Eén van mijn taken is het ontwerpen van alle zooltjes voor iedereen. Ik krijg van mijn collega’s op papier het plan aangeleverd en maak daar een digitaal plan van voor het CAD-CAM frezen. Daardoor hebben we eenheid in het uiterlijk van alle zolen die wij leveren.”
Er is een gigantische keuze in zolen. Hoe kiezen jullie de juiste?
“Dat is afhankelijk van wat iemand wil doen en wat de klachten zijn en wat je wilt bereiken als behandelaar. Het varieert van super zachte voor mensen bij reuma tot extra harde voor bijvoorbeeld en stratenmaker van 120 kilo met platvoeten. Maar we hebben ook sport specifieke zolen. Van verend materiaal voor hardlopers tot vrij hard materiaal voor zaalsporten. En alles wat er tussenin zit.”
Wanneer moeten de cliënten terugkomen voor controle?
“Na acht weken. Dan checken we of alles goed is gegaan, of het herstel is ingezet of zelfs al bereikt. En indien nodig kunnen we de zool nog aanpassen of ombouwen. Je kunt je namelijk voorstellen dat als iemand een centimeter beenlengte-verschil heeft en we willen dat overbruggen, dat dat niet in één stap kan.”

Rustig opbouwen

“Dan bouwen we het over een langere periode rustig op. En op die momenten kunnen we de progressie ook goed controleren.”
Hoe lang gaat een zool gemiddeld mee?
“Afhankelijk van de klacht willen we de cliënten sowieso eens in het halfjaar of eens per jaar controleren. Gemiddeld gaat een zool anderhalf jaar mee, soms twee jaar. En daarna begint het bij nieuwe zolen van voren af aan. Ook al kennen we de cliënt, dan nog is het ook bij een volgende zool niet ‘Rol de broekspijpen maar op’. We bekijken alles opnieuw omdat het lichaam verandert.”
Jij ontwerpt de zolen voor iedereen. Is er dan nog wel tijd om zelf cliënten te zien?
“Zeker wel. Ik ben naast register-podoloog ook sportpodoloog. Ik ben heel graag met sporters bezig. Dat zijn mensen die zich heel bewust zijn van hun lichaam en er goed voor willen zorgen. Als ik niet een aantal uren per dag zou zijn vrijgemaakt voor het ontwerpen van de zolen, zou ik zo’n vijftien tot twintig cliënten per dag zien. Dat is best veel. Daarom ben ik ook zo blij met de afwisseling. Die zorgt voor een goede balans, waardoor ik letterlijk en figuurlijk goed in mijn vel zit.”

Waarom ontwerpt niet iedereen zijn eigen zolen?
“Ten eerste voor de eenheid vanuit Schutrups, het Schutrups-sausje. En verder heb je ongemerkt een soort controlerende functie. Als ik iets raars zie, ga ik in overleg met de behandelaar en bepalen we samen het definitieve ontwerp. Dat gebeurt niet vaak, een paar keer per maand maar.”

Blij met feedback

“Voor de studenten van de Academy is zo’n achtervang ook fijn. Die zijn blij met de feedback, omdat ze er weer iets van kunnen leren.”
Jullie hebben het altijd over een ‘Schutrups-sausje’. Wat is dat?
“Dat is het hele concept hier. Neem die Academy. Dat is niet de standaard podologie-opleiding. Of de standaard-opleiding tot podotherapeut. Er staat echt een Schutrups-handschrift op. De nieuwe mensen moeten ook passen binnen de hele filosofie. Dat betekent bijvoorbeeld dat ze niet alleen als podoloog werken, maar ook gewoon in de winkel. Zelf heb ik daar ook jaren gewerkt. De kennis die je in de winkel opdoet, is onmisbaar voor het werk in de podologie. De schoen is en blijft namelijk de basis.”
En nu je niet meer in de winkel werkt?
“Wij zijn allemaal ook telkens met de nieuwe collecties bezig. Die honger moet je houden. En als er echt nieuwe ontwikkelingen zijn, dan worden we bedrijfsbreed geïnformeerd. Dat is gewoon het grote voordeel van de korte lijntjes. We komen elkaar bovendien de hele dag bij de koffieautomaat in het café tegen.”
Nooit overwogen om weg te gaan?
“Ik ben op mijn 19e gekomen en ik ben nu 31. Iedereen denkt weleens na over ‘moet ik niet eens verder kijken?’. Maar het concept zoals het hier staat, vind je gewoon nergens anders. We hebben een grote groep met leuke collega’s. Je hebt in de loop der jaren een trouwe klantenkring opgebouwd. Een eigen praktijk beginnen, daar moet ik sowieso niet aan denken. Dan zou ik vereenzamen. En als ik nadenk over een vertrek, besef ik altijd meteen weer hoe mooi het hier is. Ik zit nog altijd met veel plezier een uur in de auto heen en een uur terug. Dat zegt genoeg.”